Een nieuw verhaal van de meester van de literaire mindfucks

ILFU vroeg tien schrijvers een verhaal te schrijven rond het festivalthema #WhyFictionMatters. Vandaag: Jesse Ball. Het is 35 oktober en een jaar vóór de geboorte van de hoofdpersoon van dit verhaal. In het universum van de Amerikaanse schrijver en illustrator Jesse Ball is niets vreemd. Zijn inmiddels veertien romans en bundels werden vergeleken met Kafka, Murakami, Borges, Calvino, maar Ball slalomt met zijn unieke verteltalent gemakkelijk om die reuzen heen. In flashfiction van drie minuten flits je met Ball door een vervreemdende wereld vol onvervreemdbare paraplu's, een smerig ogend jongetje, Loma met haar eenkleurige schilderijen en een moeder de toekan. Fictie als het eindeloze gissen van het brein.

Jesse Ball

3 minuten

Fictie #WhyFictionMatters

Zonder titel

Een verhaal op verzoek 

Vertaald uit het Engels door Jan Willem Reitsma

Het is 35 oktober in het jaar voor mijn geboorte en ik zit hier, in een oord voorbij andere oorden (het oord waar jij exact op dit moment in feite bent), en teken vele dingen op die ik niet weet. Als ze eenmaal zijn opgetekend weet ik ze, en weet jij ze ook.

Ik schrijf bijvoorbeeld: NIEMAND HAD DE MUIS GEZIEN TOT HIJ VOOR HET EERST GEZIEN WERD, EN VANAF DAT MOMENT BESTOND HIJ ZOWEL BUITEN ALS BINNEN ZICHZELF.

Ik schrijf: EEN ONGEWONE AANDOENING TROF EEN STAD IN NEBRASKA. IN DE GREEP DAARVAN SCHOLEN INWONERS TE ALLEN TIJDE ZOWEL BINNEN ALS BUITEN ONDER EEN PARAPLU. WIE ZONDER PARAPLU WERD OVERVALLEN ZAKTE IN ELKAAR EN STIERF, WAAROP EEN RATIONELE WAARNEMER CONCLUDEERDE: DE PARAPLU’S WAREN NODIG, MAAR WAARVOOR WIST NIEMAND.

Een zachte wind steekt op in de kamer waar ik zit. Ik hoor hoe de bomen hun ledematen langs elkaar wrijven, hoe de velden wegen kweken, de wegen tolhuizen kweken, de tolhuizen beambten kweken. Een tolhuisbeambte roert zich: ‘Ik heb altijd geloofd dat ik beter mijn grootvaders leven had kunnen leiden, en dan weer overnieuw leiden, geen van beide gedaan. Zou het verkeerd zijn om dat te zeggen?’ Maar de passerende automotieven hebben geen passagiers, en de passagiers geen gezicht of oren. Hij spreekt alleen tegen jou, op deze rustige glooiing te midden van vriendelijk gras. ‘Hoewel ik heus iets anders weet dan wat ik heb gezien, mag niets worden gezegd wat niet geweest had kunnen zijn,’ mompelt hij. En spreeuwen schreeuwen door de takken van bomen die lang geleden geveld en in de fornuizen van de nabijgelegen stad verbrand zijn.

Veel is er gezegd over de deugd van de waarheid. Natuurlijk is het belangrijk dat we elkaars hand op die manier vasthouden, dat we op die manier zoenen, dat we grote repercussies van kanon en wapentuig aan de blije aangename dingen wijden. Laten we ook spreken over de deugd van kleine kinderen die liegen. Een smerig ogend jongetje rijst op uit de grond. Of is hij door een verborgen deur binnengekomen? Hij brengt verslag uit over de bezigheden van zijn zus, jouw moeder. En o wat een leugens vertelt hij! Zullen we die haar melden, op de brancard van de instelling waarin ze op haar oude dag verblijft? En weet u, juffrouw, vele jaren geleden, heeft uw broer gezegd... Hij zei dat u op een ei gestampt had en was weggelopen. Hij zei dat u een ruit hebt ingegooid terwijl u speelde met een meisje dat Loma heette (ja, Loma, die later grote roem verwierf met haar eenkleurige schilderijen). Volgens hem zwoer u dat uw moeder een toekan was. En, was ze dat? Wat is een toekan? Weet u dat?

Op het moment na dat waarover we spreken, wanneer ik me uit de voeten maak van wat hier gebeurt, wanneer ik klaar ben met het schrijven van dit briefje en de daaroverheen liggende nabeelden van de herhaalde golvingen die het bevat als voorbije avonden over velden heen drijven, zal ik eraan denken om te zeggen, en te denken, dat het gezegd moet worden dat, of liever, wees blij dat ik in feite heb gezegd: ‘Op de plaats rust, mannen. Morgen komt er een lange mars. Als je alleen te eten hebt wat in je ransel zit en wat je tegenkomt, dan zal je onvermijdbaar en verdiend verhongeren. Het brein gist naar alles. Het gist en het gist. En van die gissingen zouden we kunnen leven, en door een gebrek eraan sterven.’

_____

ILFU vroeg tien schrijvers een bijdrage te maken rond het thema van het ILFU 2021: #WhyFictionMatters. Eerder verschenen:

1. Valeria Luiselli: Zonder boeken hadden we het niet gered

2. Etgar Keret - Koffie en sigaretten

3. Marek Šindelka - Het apenjasje

OVER JESSE BALL

Jesse Ball (1978) is schrijver en doceert creative writing aan de gerenommeerde School of the Art Institute of Chicago, hoewel Ball naar eigen zeggen 'liegen en lucide dromen' doceert. Hij werd door Granta uitgeroepen tot een van de beste jonge Amerikaanse auteurs. Zijn roman Census is in dertien landen verschenen en is ook in Nederland en Vlaanderen jubelend ontvangen. Verder verschenen in Nederland ook nog Sinds het zwijgen begon (2015, vertaling: Janneke van der Meulen) en Het Duikersspel (2020, vertaling: Jan Willem Reitsma).


Support ILFU en word lid voor €4,50 per maand

Maak een account
Misschien vind je dit interessant: