Pulitzerwinnaar Tyehimba Jess over hoe fictie ons maakt tot wie we zijn

Als iemand z'n verhaal begint met de woorden 'Nou, wat er dus was gebeurd…’ dan weet je dat wat je hoort 'gekruid is met een waarheid die misschien wel niet het hoofdingrediënt vormt', schrijft Tyehimba Jess. Zelf vertelt hij liever een ander verhaal: over hoe de fictie van Asimov, Toni Morrison, Zora Hurston en Michael Ondaatje in staat was om 'zin te geven aan onzin' en hem bracht waar hij nu is aanbeland. ILFU vroeg tien schrijvers een verhaal te schrijven rond het festivalthema #WhyFictionMatters. Vandaag aflevering 7: Tyehimba Jess.

Tyehimba Jess

4 minuten

Proza #WhyFictionMatters

Nou, wat er dus was gebeurd…

Vertaald uit het Engels door Jeske van der Velden

Als iemand waar ik vandaan kom hun situatie begint uit te leggen met een verhaal dat begint met ‘Nou, wat er dus was gebeurd…’ weet je meteen dat wat je gaat horen ergens ontspringt in het grensgebied tussen waarheid en fictie, een plek die is gemaakt voor verzoening en excuus, opgeleukt met een paar feiten ter controle of vertroebeling. Je weet dat wat je hoort gekruid is met een waarheid die misschien wel niet het hoofdingrediënt vormt, dat je er kleine slokjes van moet nemen en de inhoud en context voorzichtig moet keuren voor je je eigen verhaal bedenkt over hoe het is gegaan en waarheen en hoe het daar is aanbeland. Vervolgens kun je je volgende toehoorder vertellen… Nou, wat er dus was gebeurd…

Dus in dit geval zal ik je het verhaal vertellen over hoe ik hier terecht ben gekomen, waarom ik midden in de nacht zit te typen om je te vertellen over de ficties in mijn leven. Dat zijn er zoveel dat ik bang ben dat ze mijn vermogen om ze allemaal bij te houden te boven gaan, maar we zouden kunnen beginnen met de eerste ficties waaraan ik werd blootgesteld en die me nog steeds beïnvloeden – religie, illusies over gelijkheid in de democratie, goed en kwaad, burgerlijke machtsfetisjen, enzovoorts, enzovoorts. Maar dat zijn de saaiere soort Wat-er-was-gebeurds die alleen maar de achtergrond vormen van de meer persoonlijke, meer vlijmende en bevrijdende soorten ficties, die waardoor mensen de hele nacht wakker blijven om bladzijden om te slaan en met woorden te puzzelen. 

ILFU Banner

Want wat er dus ook met mij was gebeurd waren de sciencefiction- en fantasyverhalen die ik als kind las – Asimov en Clarke en een massa robots en starfighters en generatieschepen en warp drives; het Narnia van Lewis; de strippagina in de zondagkrant, mijn oudere zus die me geduldig elk spreekballonnetje voorlas. Wat er was gebeurd was de middelbare school en de lessen Engels, een docent die me Kurt Vonnegut liet lezen en mijn diepe verwondering over zijn menselijke, humoristische en fijnbesnaarde personages. Wat er was gebeurd was dat Octavia Butler me had meegevoerd naar een postapocalyptisch toekomstlandschap met een filosofie vol hoop en overlevingskracht. Wat er was gebeurd was dat Ernest Gaines, Toni Morrison, Michael Ondaatje, Zora Hurston en de Simple-verhalen van Langston Hughes in mijn oren galmden, me van bladzijde naar bladzijde duwden. Wat er was gebeurd was dat Tayari Jones en Junot Diaz en Edwidge Danticat en Márquez en Borges hun visioenen in mijn geest prentten en me in hun ban hielden. Wat er was gebeurd was zo oud als de adem van de mensen en zo nieuw als iedere gedachte die het midden houdt tussen verbeelding en haar nichtje toverkunst. Het mythisch meanderen van een epische orale overlevering of de vlugheid van vingers die met toetsenbord of pen dromen weven uit woorden, dat is wat er was gebeurd. En waar het poëzie betrof, mijn eerste liefde, groeide mijn waardering voor de verhalen die ik ontdekte in de verzamelingen strofen waarin kleine, intieme momenten en episodes waren vastgelegd. Voor het archief aan grote historische hoofdstukken besloten in een sonnet, een haiku, of een reeks gedichten die een heel boek vult. Ik luisterde maar door, ik luister nu nog steeds, alsof ik rond een kampvuur zit te wachten tot ik aan de beurt ben, tot ik mijn verhaal mag vertellen als ik er klaar voor ben, tot ik in mijn verbeelding zal reiken en de wereld laat weten wat er gebeurd was. 

Nou, en daar ben ik dus beland. Al die verhalen die iets van een betekenis proberen te peuren uit die ‘waargebeurde’ verhalen die ons van kinds af aan zijn verteld. Al die verhalen waarin het gelukt is om zin te geven aan onzin, of, zoals sommigen in mijn plaats van herkomst het zouden zeggen, een ‘echt te maken van een echt niet’, of, zoals anderen het zouden zeggen: ‘een dollar van een duppie’. Dat is een oud liedje, evengoed zo oud als de adem van de mensen en een traan en een lach. En al heb ik de poëzie tot mijn eerste liefde verklaard, ik moet er bij vertellen dat juist de vele ficties die aan het werk zijn tussen de naden van gedichten de reden zijn dat ik telkens weer naar ze terugkeer. Overigens brouwen de beste fictieschrijvers op hun beurt hun sterke verhalen, hun leugens om bestwil, hun magnifieke machinaties, altijd met een scheut poëzie. De twee zijn, als je sommige mensen mag geloven, onafscheidelijk, en onoverwinnelijk waar ze samen tot volle ontplooiing komen.

Dat is dus mijn verhaal over fictie. Ik zeg je mijn zegje en ik blijf bij mijn verhaal – of het blijft bij mij, met al zijn waarachtige leugens en halve waarheden. Verdraai het niet, of weet je wat, geef er voor mijn part een heel andere draai aan. Uiteindelijk gaat het erom wie het beste verhaal vertelt, de roman die net een waarheid verder gaat of het gedicht dat licht werpt op een leugen die we voor waar hielden. Ik zal je zelf laten beslissen wat er echt en onecht is aan deze getuigenis, maar knoop deze ene waarheid goed in je oren: vertellen wat er was gebeurd, dat was aan mij. 

_____

ILFU vroeg tien schrijvers een bijdrage te maken rond het thema van het ILFU 2021: #WhyFictionMatters. Eerder verschenen:

1. Valeria Luiselli: Zonder boeken hadden we het niet gered

2. Etgar Keret - Koffie en sigaretten

3. Marek Šindelka - Het apenjasje

4. Jesse Ball - Zonder titel

5. Hassan Blasim - Het embargo en de verbeelding

6. Marja Pruis - Gloeiend lava. De werken van Elena Ferrante

OVER TYEHIMBA JESS

Tyehimba Jess (1965) publiceerde twee dichtbundels. Leadbelly (2005), geïnspireerd door het leven van bluesmuzikant Huddie 'lead belly' Leadbetter en Olio (2016), waarvoor hij de Pulitzerprijs voor poëzie ontving. Jess is een van de weinige dichters die de kloof tussen poetry slam en academische poëzie weet te overbruggen.In het dagelijks leven is hij docent Engels aan het College of Staten Island.

Support ILFU en word lid voor €4,50 per maand

Maak een account