Volgens Jeanette Winterson is alles fictie totdat het een feit wordt: inclusief leven zonder sterven

In oktober verschijnt het nieuwe boek 'Twaalf Bytes' van Jeanette Winterson: twaalf onthullende, geestverruimende, grappige en provocerende essays over de implicaties van kunstmatige intelligentie voor de manier waarop we leven en liefhebben. Vanavond zie je op ILFU TV het gesprek dat Miriam Rasch met haar voerde en ter voorbereiding kun je nu al de inleiding van haar bundel lezen.

Jeanette Winterson

8 minuten

Essay AI

12 Bytes: Heden en toekomst van kunstmatige intelligentie

Vertaald uit het Engels door Arthur Wevers

In 2009 – vier jaar nadat het boek was verschenen – las ik The Singularity is Near van Ray Kurzweil. Het schetst een optimistisch toekomstbeeld – een toekomst die afhankelijk is van computertechnologie. Een toekomst van superintelligente machines. Het is ook een toekomst waarin de mens zijn huidige biologische beperkingen zal transcenderen.

Ik moest het boek twee keer lezen – een keer voor de algemene strekking en een keer voor de details.

Daarna begon ik deze toekomst gewoon uit belangstelling jaar in jaar uit te volgen; dat betekende dat ik iedere week New Scientist en Wired las, de uitstekende stukken over technologie in The New York Times en The Atlantic doornam en de geldstroom volgde met behulp van The Economist en Financial Times. Ik kocht zo’n beetje alle boeken over tech en wetenschap die uitkwamen, maar ik vond het allemaal nog niet genoeg. Ik had het gevoel dat ik het grotere geheel niet zag.

Hoe zijn we hier gekomen?

Waar gaan we misschien naartoe?

Ik ben verhalenverteller van beroep – en ik weet dat alles wat we doen fictie is tot het een feit wordt: de droom om te vliegen, de droom om in de ruimte te reizen, de droom om iemand onmiddellijk te spreken, door de tijd en de ruimte, de droom om niet te sterven – of om terug te keren. De droom van levensvormen die niet menselijk zijn, maar naast de mens leven. Andere werelden.

Lang voordat ik Ray Kurzweil las, las ik Harold Bloom, de Amerikaans-Joodse literair criticus die onvermoeibaar excellentie nastreefde. Een van zijn persoonlijkere boeken – in de zin dat hij iets voor zichzelf probeerde na te gaan – is The Book of J (1990), waarin Bloom onderzoek doet naar de vroegste teksten die later zijn bewerkt en verfraaid en de Hebreeuwse Bijbel zijn geworden. De eerste vijf boeken, de Pentateuch, zijn ongeveer tien eeuwen voor de geboorte van de man Jezus geschreven – en zijn dus ongeveer drieduizend jaar ouder dan wij.

Bloom denkt dat de auteur van die vroege teksten een vrouw was, en Bloom was zeker geen feminist. Zijn argumenten zijn overtuigend – en ik vind het heuglijk nieuws dat het beroemdste personage uit de westerse literatuur – God, de Auteur van het Al – zelf is verzonnen door een schrijfster.

Tijdens zijn uiteenzetting geeft Bloom ons zijn eigen vertaling van de Zegening – de Zegening die door Jahweh aan Israël is beloofd – maar eigenlijk de zegening die iedereen wel zou willen ontvangen. En dat is niet ‘Gaat heen en vermenigvuldigt u’ – dat is een bevel en geen zegening. Het is deze: meer leven in een tijd zonder grenzen.


Is dat niet wat de computertechnologie ons ook te bieden heeft?

Verschijnt in oktober bij Atlas Contact

Bloom brengt naar voren dat de meeste mensen gefixeerd zijn op ruimte zonder grenzen. Ga maar na: landjepik, kolonisatie, urbanisatie, habitatverlies, de huidige hype rond seasteading (zeesteden die de uitgestrekte oceanen tot hun beschikking hebben).

En de ruimte zelf ­– de obsessie met ruimtereizen van rijke mannen: Richard Branson, Elon Musk, Jeff Bezos.

Wanneer ik nadenk over kunstmatige intelligentie en wat daar zeker op zal volgen – kunstmatige algemene intelligentie of superintelligentie – krijg ik de indruk dat dit nu en later vooral invloed zal hebben op de tijd, en niet op de ruimte.

De hersenen gebruiken chemicaliën om informatie over te brengen. Een computer gebruikt elektriciteit. Signalen reizen met hoge snelheden door het zenuwstelsel – neuronen vuren tweehonderd keer per seconde, of 200 hertz – maar de klokfrequentie van computerprocessors wordt uitgedrukt in gigahertz – miljarden trillingen per seconde.

We weten hoe snel computers kunnen rekenen – zo is het allemaal begonnen, in de Tweede Wereldoorlog in Bletchley Park, toen de menselijke teams gewoon niet snel genoeg konden rekenen om de Duitse Enigma-codes te kraken. Computers gebruiken brute kracht om getallen en data te verwerken. Ze kunnen meer verwerken in minder tijd.

Acceleratie is al sinds de Industriële Revolutie het sleutelwoord in onze wereld. Machines gebruiken de tijd op een andere manier dan mensen. Computers zijn niet tijdgebonden. Als biologisch wezen is de mens onderworpen aan de tijd, vooral aan de tijdspanne die ons is toegewezen: we gaan dood.

En dat vinden we verschrikkelijk.

Een van de doorbraken die de mens in de nabije toekomst kan verwachten is dat hij langer en gezonder zal leven, misschien zelfs veel langer, namelijk wel duizend jaar, als ai-bioloog Aubrey de Grey gelijk heeft. Dankzij de verjongingsbiotechnologie zal de verouderingsschade zich niet ophopen in onze organen en weefsels en kunnen lichaamsdelen die niet meer op hun taak zijn berekend worden gerepareerd of vervangen.

Meer leven in een tijd zonder grenzen.

En als dat niet werkt bestaat er altijd nog de mogelijkheid van een breinupload, waar de inhoud van je brein wordt overgezet naar een ander opslagmedium – in eerste instantie een medium dat niet is gemaakt van vlees.

Zou jij daarvoor kiezen?

Wat als sterven een keuze is?

Een langere levensduur, misschien een eeuwige levensduur, zal zeker invloed hebben op onze ideeën over tijd – maar onthoud dat kloktijd in wezen slechts een uitvinding/ noodzaak van het Machinetijdperk is. Dieren leven niet volgens de kloktijd, ze leven met de seizoenen. De mens zal nieuwe manieren vinden om de tijd te meten.

ILFU Banner

Ik wilde nadenken over het begin van het Machinetijdperk – de Industriële Revolutie – en de invloed die dit op de mens heeft gehad. Ik kom uit Lancashire, waar die eerste, enorme, katoenverwerkende fabrieken het leven op aarde voor iedereen hebben veranderd. Het is nog maar zo kort geleden – tweehonderdvijftig jaar – hoe zijn we gekomen waar we nu zijn?

Ik wilde weten waarom zo weinig vrouwen belangstelling lijken te hebben voor informatica. Is dat altijd zo geweest?

En ik wilde een breder beeld van ai schetsen en stilstaan bij religie, filosofie, literatuur, mythologie, beeldende kunst, de verhalen die we vertellen over het leven van de mens op aarde, onze sciencefiction, films, ons niet-aflatende fascinatie voor het idee dat er misschien meer is – of dat nu et’s, buitenaardse wezens of engelen zijn.

Ai – artificial intelligence ofwel kunstmatige intelligentie – is het begrip dat halverwege de jaren vijftig is bedacht door John McCarthy, een Amerikaanse computerdeskundige, die net als zijn vriend Marvin Minsky geloofde dat computers ergens in de jaren zeventig een menselijk intelligentieniveau zouden bereiken. Alan Turing dacht dat het jaar 2000 wel realistisch was.

Maar vanaf het moment dat het begrip ai was gemunt, zou het nog veertig jaar duren voordat Deep Blue van ibm in 1997 een potje schaken van Kasparov won. Dat komt doordat computerkracht de som is van de computeropslag (het geheugen) en de verwerkingssnelheid. McCarthy, Minsky en Turing konden wel bedenken waartoe computers ooit in staat zouden zijn, maar daarvoor waren die computers lange tijd gewoon niet krachtig genoeg. En voordat die mannen er waren, was er Ada Lovelace, het genie uit het begin van de negentiende eeuw dat Alan Turing inspireerde tot het bedenken van de turingtest – wanneer we niet meer kunnen vaststellen of we met ai of een biomens te maken hebben.

Zover zijn we nog niet.

Het is lastig in te schatten wanneer we wel zo ver zijn.

 

Deze twaalf bytes zijn geen geschiedenis van de kunstmatige intelligentie. Ze zijn niet het verhaal van Big Tech of Big Data, hoewel we ons wel vaak op dat terrein zullen begeven.

Een bit is de kleinste data-eenheid van een computer – het is een binair getal en kan een waarde hebben van nul of één. Acht bits zijn één byte.

Mijn doel is bescheiden; ik wil lezers die denken dat ze geen belangstelling hebben voor ai, biotech, Big Tech of datatech laten ontdekken dat deze verhalen boeiend en soms angstaanjagend zijn en allemaal met elkaar samenhangen. We moeten allemaal weten wat er gebeurt nu de mens op weg is naar een toekomst die misschien transhumaan of zelfs posthumaan is.

 

Er wordt hier en daar het een en ander herhaald in deze essays; het zijn stukjes van een puzzel, maar ze moeten ook op zichzelf kunnen staan.

 

Als onze relatie met de tijd verandert, verandert onze relatie met de ruimte natuurlijk ook – omdat tijd en ruimte verweven zijn en niet van elkaar gescheiden kunnen worden, zoals Einstein heeft aangetoond.

De mens houdt ervan om zich af te scheiden – we scheiden ons graag af van andere mensen, gewoonlijk in hiërarchieën, en we scheiden ons af van de rest van de biologische wereld door te geloven dat we superieur zijn. Als gevolg daarvan is de planeet in gevaar en zullen mensen met andere mensen om de laatste hulpbronnen vechten.

De computerrevolutie heeft ons connectiviteit geschonken – en als we alles goed op elkaar weten af te stemmen kunnen we een einde maken aan het waanidee dat waarde en bestaan afzonderlijke eilandjes zijn. Misschien maken we ook een einde aan onze bezorgdheid over intelligentie. We hebben alle intelligentie nodig die we maar kunnen krijgen, of die nu menselijk of kunstmatig is, om de toekomst los te wrikken uit zijn pact met de dood – door oorlogen of de klimaatverandering, of misschien allebei.

Laten we het geen kunstmatige intelligentie noemen. Misschien is alternatieve intelligentie een betere omschrijving. En we hebben alternatieven nodig.

OVER JEANETTE WINTERSON

Jeanette Winterson is auteur van achttien boeken, waaronder Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn, Sinaasappels zijn niet de enige vruchten en De passie. Haar werk is met talrijke prijzen bekroond, waaronder de Whitbread Award voor beste debuutroman (voor Sinaasappels zijn niet de enige vruchten), de E.M. Forster Award en de Stonewall Award. In 2013 verscheen De Schemerpoort, een horrorverhaal over de vervolging van vermeende heksen in het Engeland van de zeventiende eeuw. In december 2016 verscheen de bundel Kerstdagen. Haar nieuwe roman Frankusstein is verschenen in de zomer van 2019, waarover ze sprak tijdens een ILFU Book Talk. In oktober 2021 verschijnt het essayistische Twaalf bytes, over heden en toekomst van kunstmatige intelligentie.

Support ILFU en word lid voor €4,50 per maand

Maak een account
Misschien vind je dit interessant: