Waarom ik politieke verhalen schrijf

De verhalenbundel 'Friday Black' was een van de literaire sensaties van 2018: "Deze Truman Capote is zwart en briljant en heeft zijn boosheid getransformeerd tot grimmige miniaturen," schreef Stephan Sanders in De Volkskrant. 'Deze Capote' is Nana Kwame Adjei-Brenyah uit New York die met 'Friday Black' zijn debuut maakte. Hij merkte dat in interviews één vraag steeds weer werd gesteld: 'Waarom schrijf je politieke verhalen?’ In dit stuk geeft Adjei-Brenyah antwoord. ILFU vroeg tien schrijvers een verhaal te schrijven rond het festivalthema #WhyFictionMatters. Vandaag aflevering 10: Nana Kwame Adjei-Brenyah.

Nana Kwame Adjei-Brenyah

6 minuten

Essay #WhyFictionMatters

‘Waarom schrijf je politieke verhalen?’

Vertaald uit het Engels door Maaike Harkink



Toen Trayvon Martin werd vermoord studeerde ik nog. Ik maakte een anoniem pamflet, een artistiek antwoord op de gruweldaad. De moord op hem verdiende onze verontwaardiging. Op een nacht verspreidde ik vijfhonderd kopietjes van het pamflet over de campus. Ik ging naar bed in de verwachting dat er onrust zou ontstaan, een opleving, een gesprek, wat dan ook. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, was er niets gebeurd. 

In ieder interview dat ik tot nu toe gaf om mijn boek te promoten, werd mij een versie van de vraag ‘Waarom schrijf je politieke verhalen?’ gesteld.

Die zomer was ik bij een barbecue in Riverside Park toen de moordenaar van Trayvon werd vrijgesproken. Ik weet nog dat ik de melding op mijn telefoon kreeg. Ik voelde me naakt, kwetsbaar. Een minuut daarvoor had ik nog staan feesten. 

Jaren later, toen ik ‘De vijf van Finkelstein’ schreef, dat nu het openingsverhaal is van mijn eerste boek, Friday Black, probeerde ik over te brengen op welke manieren het Amerikaanse rechtssysteem zwarte Amerikanen grandioos tekortschiet. Ik wilde onder woorden brengen hoe het voelt om voortdurend als bedreiging te worden gezien. Nooit kwam ik zo dicht bij een doorbraak als bij de afronding van dit verhaal. Voor de tweede keer wilde ik dat mensen lazen wat ik had geschreven, zelfs al was mijn naam er niet aan verbonden. 

Ik ben geïnteresseerd in de manier waarop we elkaar ontmenselijken. Ik ben geïnteresseerd in ons vermogen om goed te doen, ondanks de haat en angst die overal om ons heen op de loer liggen. Elk verhaal in Friday Black, inclusief ‘De vijf van Finkelstein', was moeilijk om te schrijven. De angst en zwaarte die ik in dit proces ervoer, herinnerden me echter aan de noodzaak en het nut ervan. 

In ieder interview dat ik tot nu toe gaf om mijn boek te promoten, werd mij een versie van de vraag ‘Waarom schrijf je politieke verhalen?’ gesteld. Steeds scherper zie ik wat het voor mij betekent om met politiek bezig te zijn door middel van fictie, en ook wat mensen met die vraag bedoelen. Persoonlijk vind ik dat je als schrijver deelneemt aan de samenleving; geen kunstvorm (of persoon) komt voort uit een vacuüm. Ik bedoel niet dat alle kunst een politiek programma heeft, maar eerder dat de identiteit van een kunstenaar de samenleving op allerlei mogelijke manieren doorkruist. Kunst maken heeft politieke implicaties. Zwart zijn en je in een ruimte bevinden heeft implicaties. Hetzelfde geldt voor wit zijn, maar door het privilege dat witheid met zich meebrengt, worden die implicaties doorgaans niet op dezelfde manier opgevat.  

Als mensen mijn werk politiek noemen, bedoelen ze denk ik dat in mijn verhalen vaak ‘grote thema’s’ aan bod komen. Racisme en buitensporige consumptiementaliteit zijn dingen die ik in mijn werk onderzoek, omdat het dingen zijn die ik in het dagelijks leven ook onderzoek. Belangrijke kwesties onderzoeken en belichten aan de hand van fictie is een precaire onderneming. Er is altijd een kans dat je verkeerd begrepen wordt. In een van mijn verhalen denkt een personage na over zijn aandeel in een beëindigde zwangerschap. Maar niets is zo beangstigend als het idee dat een lezer zal denken dat ik, persoonlijk of op papier, niet vurig geloof in vrije keuze. Zo ook vrees ik de mogelijkheid om in mijn leven hetzelfde raciaal geladen geweld te herscheppen dat ik op papier juist hoop te ontmantelen. In zijn lezing ‘The Work of Art in the Age of Ferguson, Baltimore, and Charleston’ onderzoekt Roger Reeves deze mogelijkheid. Ik laat mijn studenten deze lezing in bijna al mijn lessen creatief schrijven bekijken. 

Schrijven is voor mij een vorm van bemiddeling en een bron van macht. Met het beetje macht dat ik tot mijn beschikking heb hoop ik het overweldigende gewicht te verlichten van de onderdrukking waaronder mijn zuster, mijn broeder en ikzelf gebukt gaan.

Omdat ik fictie schrijf en geen pamfletten, bestaat mijn werk uit het vertellen van verhalen, naar mijn beste vermogen, en om te vertrouwen op mijn intuïtie. Ik moet erop hopen dat het duidelijk is dat ik de dingen met een knipoog bedoel. Ik zeg niet: is het kapitalisme, op de wreedheid na, niet fantastisch? Nee, ik zeg: hé, misschien is het wel verwerpelijk dat mensen elkaar vertrappelen om een grote tv te bemachtigen. Ik doe mijn best om het goede voorbeeld te volgen van schrijvers als Toni Morrison, Alice Walker en George Saunders, die vanuit het hart schrijven én aandacht besteden aan al wat er misgaat in de wereld.

Ik schrijf politieke verhalen, omdat dat is wat er ontstaat als ik schrijf. Want schrijven is voor mij een vorm van bemiddeling en een bron van macht. Met het beetje macht dat ik tot mijn beschikking heb hoop ik het overweldigende gewicht te verlichten van de onderdrukking waaronder mijn zuster, mijn broeder en ikzelf gebukt gaan. Toch kan ik me soms blauw ergeren aan de labels die mijn politieke verhalen opgeplakt krijgen. Er werd me in een interview gevraagd van welk woord ik het meest moe werd om te horen als het om mijn fictieverhalen gaat en wat me gelijk te binnen schoot was: ‘actueel’. Ik kom het overal tegen. Alsof de problemen in mijn verhalen nieuw zijn: hé jongens, kijk dit nieuwe, actuele fenomeen eens: racisme! Hoe handig als je het privilege hebt om aan of af te kunnen haken bij kwesties die bij het grote publiek ineens relevant genoeg worden geacht om je druk over te maken. 

Anderzijds begrijp en accepteer ik dat boeken soms toch echt politiek en actueel zijn: neem het fantastische Red Clocks door Leni Zumas. Ik besef dat ik, en alle andere mannen, dit huidige politieke moment kunnen aangrijpen – nu we tot voor kort een onverbeterlijke vrouwenhater en seksmaniak als president hebben gehad, vrouwenlichamen voortdurend bedreigd worden, en de culturele golf van seksueel geweld op talloze manieren wordt aangepakt – dit cultureel momentum kunnen benutten om te leren luisteren en onszelf te beteren. Maar ik houd mijn hart vast voor wat er gebeurt als het grote publiek verveeld raakt en besluit dat het tijd is voor iets nieuws.

Ik schrijf dus verhalen die politiek gekleurd zijn, maar ik heb me beslist teruggetrokken uit het pamflettenwereldje. Om tot een verhaal als ‘De vijf van Finkelstein’ te komen had ik eerst een professor nodig, Arthur Flowers, die mij en de rest van de klas de volgende opdracht gaf: schrijf een verhaal om de wereld te redden. Ik schreef een verhaal van twee pagina’s over mijn moeder, waarin ik eigenlijk zei: ik hou van je, mam. Te laten zien dat we allemaal, op ons eigen unieke kruispunt van identiteit en samenleving, een mens zijn, handelend vanuit ons hart, kan net datgene zijn wat onze redding betekent. Misschien is simpelweg te bestaan, voluit en vrijuit, het politieke werk waartoe we zijn voorbestemd.


Foto: Limitless Imprint Entertainment

OVER NANA KWAME ADJEI-BRENYAH

Nana Kwame Adjei-Brenyah (1991) is opgegroeid in New York. Zijn boek 'Friday Black' is verschenen in september 2019, en werd al breed en laaiend enthousiast onthaald in Amerika en meteen vergeleken met werk van Colson Whitehead, George Saunders, Isaak Babel, Kurt Vonnegut en Truman Capote. Het boek werd door onder meer The Guardian, The New York Times en De Volkskrant uitgeroepen tot één van de beste boeken van het jaar.

Support ILFU en word lid voor €4,50 per maand

Maak een account
Misschien vind je dit interessant: